Media

Media (column uit 2015)

De vakantie is voorbij, komkommertijd ook.

Jammer: op tv geen Zomergasten meer, geen praatprogramma’s waar de tijd wordt genomen voor gesprekken, los van de waan van de dag.

 

Het politieke reces is namelijk ook voorbij.

In de talkshows en nieuwsrubrieken zien we straks weer de spelers flitsen en blitsen. Of verkreukeld worden.

Format? “Politieke gast, je krijgt tien minuten!” (Inclusief twintig onderbrekingen door de interviewer.)

 

Er valt natuurlijk een hoop kritiek te leveren op politici. Naast de noodzakelijke ambitie zijn ijdelheid en pretenties hen niet vreemd. Maar omdat de dames en heren kritische journalisten daar ook geen gebrek aan lijken te hebben, moet ik naar een spel om het spel kijken. Een soort Wordfeud ( =woordvendetta). En niet voor de lol, in ieder geval niet voor de mijne.

 

Sommige ‘anchors’ lijken een roeping te hebben, een beetje als Jomanda -het spirituele medium uit Tiel. Deze geroepenen uit Hilversum zien zichzelf als ontmaskeraars van het Haagse wereldje. Alsof het daar louter leugenaars en bedriegers zijn.

Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat Twan Huys in College Tour beleefder was tegen crimineel Willem Holleeder dan tegen politicus Diederik Samsom.

 

Dat de kijkcijfers stijgen naarmate de uitzending spannender wordt -d.w.z. de politicus wordt zó vaak in de rede gevallen dat hij daarna rijp is voor stottertherapie- is niet de bedoeling natuurlijk. Dat is slechts een aangename bijkomstigheid.

 

Biologie kent ook media, lees ik op Wikiweetalles. Daar zijn het voedingsbodems ten behoeve van een bacteriecultuur: een lauw stukje kipfilet met salmonella, bijvoorbeeld.  Word je doodziek van.

 

De relatie media en politici wordt ook wel eens een moeizaam huwelijk genoemd: ze kunnen niet zonder en niet met elkaar.

 

Ik hoop tóch dat het uitgaat tussen die twee. Word er doodziek van.

 

Minestrone

Minestrone

Minestrone (column uit 2015)

Na onze reis naar h e t W i  l d e W e s t e n van Praag, stappen we nu uit in het Verre Oosten van de Tsjechische hoofdstad, bij het andere eindpunt van tram 22. Ik zeg hardop wat ik twee haltes eerder alleen maar dacht: misschien handig om er hier uit te gaan. Daar zag ik namelijk een parasol en ik was bang dat het de laatste zou zijn.

 

Alle Tsjechen – toch gevonden tussen alle toeristen – die de tram verlaten stappen over op een bus en dat lijkt het enige wat je hier kunt doen. Eén meisje loopt wél verder, ergens naartoe. We lopen even een stukje mee en informeren of er een terras is – deze wereldreizigers kunnen nog geen uurtje zonder. „Eén halte terug”, zegt ze vriendelijk. In het Engels, we gaan het vanzelfsprekend vinden.

 

Het is half één ’s middags. Verstandige en goed georganiseerde mensen zitten nu in de schaduw te lunchen en wij lopen, meedogenloos beschenen door de koperen ploert, vele honderden meters terug. Twee haltes, blijkt helaas.

 

De parasol hoort bij een tafel op een terras vóór een bowlingbaan waar ze ook Italiaanse gerechten serveren. De kaart is in het Italiaans en Tsjechisch. Van het laatste herkennen we geen woord. De Tsjechische waardin spreekt alleen haar eigen taal, maar geen nood: nu is het Italiaans tot wereldtaal gebombardeerd. Want we veronderstellen dat zij haar eigen kaart wel snapt. Levensgezel L. wil soep vooraf en bestelt minestrone want dat woord betekent soep, weten we heel zeker.

 

Als de gerechten komen, is er geen soep bij. De waardin begrijpt uiteindelijk wat we hadden verwacht en wijst, op een totaal ander gedeelte van de kaart dan waar ‘minestrone’ staat, een woord aan: polevka.

 

Booking.com had het nog zó gezegd: je reis goed voorbereiden! Maar ik ben de taalgids vergeten. Ik erken, in alle talen, mijn tekortschieten. En de soep laten we ook maar schieten.

 

Terug in het hotel zoek ik beschaamd op internet op wat minestrone dan wél betekent als het dus geen soep is, wat ik mijn hele leven dacht.

Ahum, soep dus, gemaakt van allerlei groenterestjes -spreekt me wel aan trouwens: nooit iets weggooien, alles mag erin.

En de kok in het restaurant had zeker geen restjes groente gehad die dag om minestrone te maken. En we hadden wel gewone soep kunnen krijgen: polevka. Denk ik. Mijn talenkennis mag dan belabberd zijn, maar met mijn fantasie is niks mis.

 

Dat doet me denken aan de Tsjechische barkeeper uit het eerste deel van onze tramtrip, die uit Zambia kwam. En aan de bruiloft van een Nederlandse vriendin die aan de vooravond van ons Praagse avontuur met haar Tsjechische lief trouwde. Dan is er de receptioniste in ons hotel, die van Indonesische afkomst is. De barkeeper daar is Slowaak.

 

Participerend onderzoek leert ons dus dat er in Tsjechië, behalve toeristen uit de hele wereld, ook Tsjechen zijn, vanuit de hele wereld.

 

Het spreekt me aan. Een land als minestrone: alles mag erin.

 

Vilein zegt geen sorry

Vilein zegt geen sorry

Vilein zegt geen sorry (column 2015)

Twee docenten van een theateropleiding zouden in de jaren tachtig en negentig seksuele relaties met verschillende leerlingen hebben gehad. Enkele van deze leerlingen hebben de fluisterstilte onlangs verbroken.

 

Moedig. Ik geloof ze. Je komt niet voor niks eindelijk met je verdriet voor de draad, omdat, zoals nu inderdaad gebeurt, er al gauw gepraat wordt over zwartmaken en karaktermoord. En daar gaat dan alle aandacht naartoe.

„Ze waren destijds toch volwassen”, hoor je in dit verband wel zeggen.

Ach ja, de dag voor hun achttiende verjaardag ‘maak je nog misbruik van een kind’ en de dag erna – én de vier tot vijf jaren die erop volgen – heb je van doen met een zelfverzekerde, volwassen vrouw.  Eentje die genoeg levenservaring heeft om geheel zelfstandig te beslissen of ze een relatie met een interessante docent aan zal gaan. Wat een metamorfose!

 

De afgelopen dagen ben ik me, mede door een artikel bij De Correspondent,

gaan afvragen of publicaties over bovenstaande pijnlijk gevoelige zaak alle belanghebbenden wel dienen. Al was het maar vanwege de onfrisse reacties en veroordelingen op Twitter. Ik weet het nog steeds niet.

 

Maar nu dat toch gebeurd is, kan ik het niet laten publiekelijk aandacht te vragen voor één aspect dat in alle commotie weinig belicht is.

 

Hoe reageren de betreffende heren?

 

Eén van de docenten ontkent aanvankelijk alles, maar herinnert zich later bij monde van zijn advocaat toch één gevalletje. Dat hij artistiek, pedagogisch en didactisch volledig kan verantwoorden.

 

In een voor mij volstrekt onnavolgbaar balletje-balletjespel, met de woorden fictie, werkelijkheid en leren acteren, legt hij de volledige verantwoordelijkheid bij de aankomende acteurs: die zijn soms niet sterk genoeg om zijn doceerstijl aan te kunnen.

 

De andere docent verklaart dat hij er destijds uit zichzelf mee gestopt is, ondanks het toen heersende klimaat waarin dit soort relaties heel normaal gevonden werd.

 

Maar de man kan het, als hij geconfronteerd wordt met een groter aantal relaties dan hij zelf in gedachten had, toch niet nalaten de boventalligen een vileine trap na te geven: het zouden de onsuccesvollen zijn die zich beklagen.

 

Beide docenten geven dus een verklaring voor hun gedrag, maar ik mis iets.

 

Als een docent zich niet kwetsbaar en reflectief opstelt – waar ben/was ik eigenlijk mee bezig? – en de situatie niet óók kan bekijken vanuit het perspectief van de nog steeds gekwetste leerling, duurt de voormalige machtsongelijkheid in het heden voort.

 

Zelfreflectie komt al een stuk dichter in de buurt van gelijkwaardigheid nú en mag voor zo’n docent niet dienen om er achteraf een pedagogische en artistiek verantwoorde draai aan te geven. En ook niet om vrouwen die anoniem willen blijven even artistiek op hun plaats te zetten.

 

Sommigen verwijten de Volkskrant karaktermoord en de vrouwen slachtofferschap. Het gedrag van de docenten is inmiddels veranderd, zeggen ze. Hun egocentrische denken niet. Zeg ik.

 

De heren kunnen karakter tonen door zonder mitsen en maren te erkennen dat ze fout zaten en dat het hun spijt. Dat helpt de slachtoffers om zich weer gelijkwaardige medemensen te voelen. Erkenning van pijn kan helend werken.

 

Wat niet is, kan nog komen en dat hoeft wat mij betreft niet per se in de krant. Misschien is het te moeilijk voor hen. Zoals Elton John zong: ‘Sorry seems to be the hardest word.’

 

Tram 22

Tram 22

Tram 22 (column uit 2015)

We verblijven in Praag en zijn daar niet de enigen. Je zou toch zeggen dat er ook mensen besloten moeten hebben deze vakantie n i e t hier naar toe te gaan.

Voorlopig hou ik het erop dat de meeste Britten, Fransen, Amerikanen, Spanjaarden, Italianen, Japanners, Chinezen, Duitsers er wél zijn. En wij dan met zijn tweeën, en de rest van Nederland.

Nou kan het zijn dat ik de wereld enigszins koortsig waarneem: de buitenboel is door de zon behaaglijk opgestookt tot 37 graden. In de schaduw.

Op de markt sta ik aan een kraampje-met-weefgetouw enkele handgemaakte warme shawls voor het thuisfront te kopen en ik wil niet weten wat de temperatuur in de zon is. Ik merk niet eens of ik het bij het afrekenen extra warm krijg, zoals normaal met vreemde valuta. Tsjechië heeft kronen en voordat Griekenland alsnog uit de euro stapt – of gegooid wordt – moeten de Europese leiders nog maar eens goed bij zichzelf te rade gaan. Want dáár kan het ook zo heet zijn. en dat is voor een reiziger héél oncomfortabel bij het omrekenen. Ik krijg wel hittekorting.

Levensgezel L. en ik besluiten Praag helemaal te bekijken, niet alleen het centrum. Dus nemen we tram 22, eerst helemaal naar links en dan helemaal naar rechts. Of helemaal naar het westen en dan het oosten, zeggen echte reizigers.

In het westen stappen we uit en we gaan op zoek naar een gelegenheid waar ik kan plassen en wij allebei wat kunnen drinken. We zien een driesterrenhotel en een parasol; dat moet goed komen. Eerst is er niemand door wie we gered kunnen worden, maar dan verschijnt er een robuuste, vriendelijke man van een jaar of 45 die Engels spreekt ­– in Tsjechië geen vanzelfsprekendheid. We vertellen over onze behoefte aan een drankje en terloops breng ik het toilet ter sprake. Maar hij ziet de urgentie en wijst me eerst de wc. De man kan niet meer stuk bij mij.

L. staat buiten de wc op me te wachten en vertelt dat de man ons heeft uitgenodigd in zijn bar, die eigenlijk nu gesloten is. Als wij ons drankje bijna op hebben, komt hij er even bij zitten en vraagt wat wij hier zoeken.

Om nou ‘avontuur’ te antwoorden, klinkt zo stom. Dus zeggen we dat we de 22 hebben genomen om héél Praag te zien. Kan hij ons hier iets aanbevelen? Hij aarzelt en zegt dan dat ‘The Castle’ hier niet ver vandaan is. Inderdaad, 20 minuten met de tram terug. Dat hebben we al bezocht, toen we in het centrum nog tussen een substantieel deel van de wereldbevolking liepen.

Het wordt tijd voor een wedervraag: hoe lang woont hij al in Tsjechië? Vanwege de grijzende rasta’s rond zijn diepzwarte vollemaansgezicht hebben wij het idee dat hij niet in Tsjechië is geboren. Dat klopt: 27 jaar geleden kwam hij uit Zambia hiernaartoe. Hij spreekt inmiddels ook Tsjechisch en heeft deze bar sinds kort gepacht. Daarvóór werkte hij aan de overkant van de straat, in een club. Erotic City, ik had al zoiets zien staan.

We betalen en nemen hartelijk afscheid, maar niet voor lang. Traditiegetrouw laten we overal iets hangen met waardevolle spullen erin. Zo ook nu. Dus we zien hem snel weer terug met het jasje van L. als we al op weg zijn naar de tram. Nu kan hij voor ons beiden niet meer stuk.

Om te ontdekken of er ook Tsjechen in Praag zijn, gaan we nu naar de rechterkant van de stad, het oosten bedoel ik. U hoort nog van me.