Maar ik niet…

Maar ik niet… (column uit 2017)

Maar ik niet… Wel dus, ik ben sterfelijk.

 

Het is niet dat ik een lage pet op heb van de intellectuele mogelijkheden ónder die pet, maar een beetje onnozel ben ik wel.

Ik dacht over oud worden namelijk ‘dat komt later wel’. Dat klopt natuurlijk, per definitie. Tot zó ver had ik dat heel goed gezien.

Maar eerlijk gezegd dacht ik diep in mijn hart dat van dit uitstel ook afstel zou komen.

 

Of dan tenminste: afstel van bijbehorend ongemak zoals slijtage en afnemende krachten. En van doodgaan natuurlijk, maar dit terzijde.

(Doodgaan kende ik van horen zeggen. Dat gaan anderen, maar ik niet.)

 

Je moet je jeugdige conditie gewoon bijhouden en trainen en die neem je dan mee met je opklimmende leeftijd. Die laatste wordt zo alleen getalsmatig indrukwekkend hoog, maar daar hoef je echt verder niks van te merken. Dacht ik.

 

En dat je als je jong bent ook weet dat je gezond moet leven om gezond oud te worden, nou, ik zal nogmaals eerlijk zijn: gezond leven kan altíjd nog, dacht ik ook daarbij.

En zo stopte ik nogal laat met roken en ga ik pas sinds een paar jaar verstandig om met mijn liefste vijand -Koning Alcohol.

 

Mijn grootste zwaktes bleken echter: bewegen en stressmanagement.

Ik bakte er eigenlijk niks van.

Het lijkt wel wat, hoor, maar nu weet ik dat er, achter dat beheerste uiterlijk, binnenin mij een lichaam reageert door langzaam het aderwerk te laten dichtslibben.

Dat maak ik tenminste op uit de kennis van de mensen van de hartwetenschappen, waar ik een paar maanden geleden terecht kwam.

 

Wat nu? Bewegen.

Als je maar veel beweegt, heb je minder piekertijd. En bewegen schijnt verder ook goed te zijn, want dan kan het lichaam de artsen wat werk uit handen nemen: natuurlijke omleidingen maken voor verstopte aderen.

Die laatste info geeft mij vleugels bij het trainen, want ‘spinning’ -oftewel nergens naar toe fietsen- vond ik tot nu toe oersaai.

 

Zo langzamerhand, na kunstmatige hulp in de vorm van twee dunne tunnelbuisjes in de cityring van mijn hart-, kan ik het weer zelf: vitaal vooruitkomen.

Een beetje van het ziekenhuis en een beetje van mezelf.

 

En die stress? Bij mij helpt meditatie, wat niet zo zweverig is als het klinkt.

 

En ach, weet je: alles in het leven wordt betrekkelijk als je je lichaam ervaren hebt als een auto met vier lekke banden die je in je eentje de berg op moest duwen omdat de brandstof op was.

 

En die dood komt ook wel een keer. Maar nu nog niet.