Ongehoord

Ongehoord

U hebt vast wel gehoord dat journalist Arnold Karskens omroep Ongehoord.nl gaat oprichten.

Want bij de gewone omroepen waar hij regelmatig komt, wordt hij niet gehoord.

Ikzelf had hem inderdaad niet gehoord, dus ik google dan zo iemand omdat ik wil weten hoe een ongehoord mens er uitziet.

Waarom zijn boze mannen altijd zo kaal?

Ongehoorde Karskens lijkt me trouwens niet iemand bij wie je net kan doen of je hem niet hoort. Dan zorgt hij wel dat je hem ziet, door je breeduit en zwijgend ieder zicht en vooral elke hoop op een goede afloop te ontnemen.

Hij is het type dat niemand laat voordringen bij zijn moeder of zijn kind, fijn, maar als hijzelf voordringt moet ik eerst even slikken voor ik daar wat van zeg.

Nou, ik zeg er dus niks van.

Het zijn de momenten waarop ik mild besluit dat sommige mensen nou eenmaal iets meer ruimte nodig hebben, kunnen ze niks aan doen.

Joost Niemöller is ook van Ongehoord.

Tja.

Hij heeft haar, dat wel.

Maar zijn beschreven levenspad op Wikipedia is geplaveid met woorden als controverse, opspraak en omstreden. Hij is overtuigd van statistisch aanwijsbare etnische verschillen in intelligentie. Als ik naar deze witte mannen kijk, zou hij met dat laatste wel eens een punt kunnen hebben.

Gelukkig doet Ybeltje ook mee. Ybeltje Berckmoes-Duijndam is een schattig meisje (met lang haar) en in 2015 was zij écht ongehoord, namelijk het onopvallendste Tweede Kamerlid.

Zó in de Volkskrant komen, dat wil je natuurlijk niet. Dus twee jaar later pleitte Ybel voor het sluiten van de grenzen voor jonge mannen uit het Midden-Oosten en Afrika.

Dat zei ze ten eerste omdat het hier anders Eurabia zou worden (haar woorden) en ten tweede omdat ze zo wél opviel (mijn woorden).

Een ander Ongehoord type is de Nederlandse regisseur, acteur, cabaretier, presentator en schrijver van toneelstukken, televisieseries en (kinder)boeken Haye van der Heyden. Je moet wel onder een steen liggen om over zo iemand niet gehoord te hebben en ik lig niet onder een steen, dus ik wist dat hij kaal was. Ietsje gezelliger dan Arnold, dus hij wordt chef Humor en Satire. Zou worden, inmiddels, want een podium bieden aan Holocaustontkenners, zoals hij vond dat moest kunnen,  vonden ze bij Ongehoord.nl iets té ongehoord en niet erg grappig.

Hij zal die naam Ongehoord wel hebben bedacht, want die is natuurlijk weer wél erg grappig bij zulke opvallend aanwezige mensen.

Al bedenk ik nu dat het natuurlijk ook een geuzennaam kan zijn, zoals Geen Stijl, die expres stijlloze dingen zeggen.

Zucht.

Dat wordt dus ongehoord lullige dingen Omroepen. En dan krijgen ze weerwoord en dan zeggen ze dat je ook niks mag zeggen in Nederland en dan zeg ik ja hoor, maar je mag ook wat terugzeggen in Nederland en dan zeggen zij zie je wel, je mag niks zeggen in Nederland want jij praat terug en dan zeg ik weer dat…, maar dan horen ze mij al niet meer, over ongehoord gesproken.

Ze willen gewoon niet gestoord worden daar.

Ongestoord.nl was beter geweest, Haye.

 

Terrasje pakken

Terrasje pakken

ill. van analogicus via pixabay

Ik schrijf graag, maar ik denk dat ik voor Teletekst werken saai zou vinden. Of je moet van het nieuws de humor inzien.

Neem nou het bericht over de auto die in Deventer op een terras inreed. In het eerste bericht stond dat de politie nog niet wist of het per ongeluk of expres was.

Hallo! De bestuurder was er vandoor gegaan!

Dat kan van de schrik zijn, oké.

 

Maar dit dan: de gebeurtenis had plaatsgevonden om 05.30 uur. Mijn eerste gedachte was om me te verplaatsen in de buren en dan lijkt me een ongeluk onwaarschijnlijk. Ikzelf zal gewelddadige plannen nooit tot uitvoer brengen, ben per slot geen boer, maar de fantasie is mij niet onbekend.

 

Want iets zegt mij dat de terrasbezoekers daar niet op fluistertoon onder het genot van een kruidentheetje (‘schenk nog eens bij, maar nu met meer munt graag’) genoeglijk aan het keuvelen waren over koetjes en kalfjes. Hoewel de laatsten, bedenk ik nu, voor sommigen een reden zijn gebleken om hun mening kracht bij te zetten middels een voertuig.

 

Terwijl ik dit schrijf, is er weer een tipje van de sluier opgelicht: het was expres. Na een ruzie. De politie roept de man op zich zo snel mogelijk te melden en dat zou ik als Teletekstredacteur dan wel weer humor vinden. (‘Sorry, ben even bezig, nu geen tijd om me te melden, kijk straks wel even, en anders wordt het morgen, oké?’)

De man heeft zich evenwel gemeld, blijkt nu ik dit schrijf.

Over de reden van de ruzie wil de politie niks zeggen maar ik wel, graag zelfs.

 

Komt ie: honger.

Ik heb me laten vertellen dat het gezellige uitgaansleven nogal eens afgerond wordt met het halen van een vette bek. Kebab leent zich daarvoor uitstekend, alleen je kan in zo’n zaak met andere eet- en drinkgewoontes waarschijnlijk geen biertje krijgen om het weg te spoelen. Dus neem je dat mee. Dat vindt de eigenaar niet goed. Dus maak je ruzie. Dat win je niet. Dus rij je in op het terras.

Terrasje pakken anno 2019.

Al met al ben ik benieuwd wat de werkelijke reden van het geweld is geweest.

Hoe dan ook: geen reden is goed genoeg.

Of je nou je auto of je trekker gebruikt.

 

 

 

 

Principes

Principes

Sociaaldemocraten kan ik nergens meer vinden, maar linksige mensen bestaan nog wel. Alleen, die hebben het lastig met elkaar, als ik Elma Drayer mag geloven. Zij ziet op links een kloof die de rekkelijken van de preciezen scheidt, vanwege het boerkaverbod.

Enerzijds ziet ze lui die vinden dat moslims het moeilijk hebben en dat je daarom de strenge opvattingen die ze hebben over de scheiding der seksen door de vingers moet zien. Daartegenover zet ze degenen voor wie die sekseongelijkheid op grond van de Koran uit den boze is. Die zijn blij met het boerkaverbod.

Zou niet weten waar ik bij hoor. Als ze al bestaan: die eersten zou ik onnozele goedpraters vinden, maar ze zijn tegen het boerkaverbod en ik ook, zij het om andere redenen. Met de laatsten ben ik het eens over gelijke rechten. En de Koran is natuurlijk ondergeschikt aan onze democratie. Maar zij high fiven na het boerkaverbod en ik niet.

Dus als je iemand in spagaat boven die kloof op links ziet staan: ben ik.

Boerka symbool van onderdrukking? Ja. Maar ik deel het standpunt van Amnesty: nu we in Nederland het dragen van die boerka verbieden is dat strikt genomen even betuttelend als de verplichting ervan in de moslimlanden.

Dat kun je principiële scherpslijperij noemen, maar hé, daar is Amnesty voor, toch?

In Nederland is de boerka trouwens misschien wel een symbool van iets anders.

Kijk, ik vind boerka’s idiote kleding en ik snap dat ze op de werkvloer ongewenst zijn. En ik denk dat de vrouwen die ze dragen stiekem best wel een beetje provoceren. Moslima’s zijn namelijk niet per definitie zielig. Ze hoeven niet in bescherming te worden genomen door onze overheid tegen zichzelf of tegen onderdrukking door andere overheden.

Praat met ze. Als ze zeggen dat het hun eigen keuze is en je gelooft dat niet, dan is dat voorbijgaan aan hun autonomie. Doen ze in moslimlanden ook.

Verontwaardigd je lidmaatschap van Amnesty opzeggen, waartoe Elma Drayer eerder opriep is natuurlijk een lekker principieel dingetje om te laten zien dat je aan de goede kant van de geschiedenis staat. Maar daarmee onttrek je wel je steun aan de organisatie die wereldwijd aan de bel trekt als de rechtspositie van mensen in het geding is, inclusief door de islam onderdrukte vrouwen. Wel een beetje jammer, toch?

Het gaat maar over die boerka, maar ik zit dus met dat Nederlandse verbod.

Dat er maar een paar vrouwen de dupe zijn, doet aan het principe niks af: Nederland morrelt aan de rechtspositie van vrouwen.

Vinden Amnesty en ik.

 

 

 

(illustraties Pixabay)

 

Voetbalvrouwen 2.0

Voetbalvrouwen 2.0

illustratie pixabay

‘Show, don’t tell’ is een bekende schrijfregel. Dus dan zou ik hier nou van alles moeten schrijven, waaruit U dan gaat opmaken ‘goh, zou ze een vrouwenvoetbalfan zijn?’

Nou, dat kan dan korter: ja, ze is.

Ik vind voetbal sowieso wel leuk, maar ik had nooit geduld.

Al die kwalificatiewedstrijden en voorrondes bezorgden mij een plaatsvervangende moedeloosheid (‘we moeten nog zo veel’), die de spelers nota bene zelf niet eens hebben.

 

Maar er is bij mij in de afgelopen twee jaar iets veranderd: voor vrouwenvoetbal heb ik wél geduld. En ik kan ook tegen hun verlies. Makkelijk praten natuurlijk, dat laatste, want deze Oranjeleeuwinnen verliezen niets, ze hebben twaalf interlands achter elkaar gewonnen. Maar ik denk dus dat ik ze ook bij verlies trouw zal blijven volgen.

Dat blijf ik nu per slot van rekening ook doen bij belabberde voetbalmomenten en verre van goede wedstrijden. Er zijn daar voldoende van om dat te kunnen bewijzen.

 

Ik ben dan wel Oranjefan, maar ik word net zo enthousiast van het voetbal van Japan, de VS, Engeland en van de keeper van Chili, die gewoon een wonder van alertheid is.

 

Het zit hem hierin: het rolmodel.

Dan denken we natuurlijk aan hoe een succesvol Oranje een voorbeeld is voor karnemelk drinkende meisjes die boterhammen met pindakaas eten en door weer en wind naar de training fietsen waar ze in de slagregen een stevig balletje trappen tussen grote jongens die verbijsterd kijken hoe zo’n dribbelende kleine opdonder de bal gewoon afpakt en niet gaat huilen als ze een schop of een duw krijgt.

 

Nou, denk voortaan ook maar aan mij: ik ga niet op voetballen, maar Oranje is voor een vrouw op leeftijd óók inspirerend. Om daar elf leuke gedreven stoere wijven het snot voor de ogen te zien voetballen geeft mij een verademend vrouwbeeld.

Niks ten nadele van de originele ‘Voetbalvrouwen’ hoor, maar zelf voetballende vrouwen vind ik veel leuker dan die fraai verzorgde trofeeën van voetballende mannen. (Zouden de mannelijke partners van de Oranjeleeuwinnen Voetbalmannen heten? En de vrouwelijke partners dan weer Voetbalvrouwen?)

 

Vergelijkingen maken met mannenvoetbal -ik deed het nou zelf ook even – is aan de orde van de dag. Vrouwenvoetbal is voor sommigen niet om aan te zien: te langzaam, te rommelig, te weinig techniek. Dat zal allemaal best, maar het leuke is dat je dat ook gewoon kan zeggen, zonder dat er op lange tenen wordt gestaan. Ze zeggen het zelf al, als het niet goed gaat.  ‘Sorry dat de eerste helft er niet zo goed uitzag, maar nu hadden we nog wel energie voor de tweede. En we hebben gewonnen’, was het nuchtere commentaar van eentje.

 

Wat ook leuk is dat bij dit elftal coach én spelers gelijkwaardig met de pers praten, waarbij het geloofwaardig overkomt als ze er de nadruk op leggen dat het een teamprestatie is, ondanks hun individuele succes.

Gezonde ego’s in een gezond team, met een gezonde coach die in een blessurepauze vlak voor het eind van de verlenging gewoon gaat plassen omdat ze heel nodig moet na al dat watergedrink in die bloedhitte.

 

Is dat bij mannenvoetbal zo anders dan? Ze kunnen langer hun plas ophouden, dat wel. Ik weet het verder niet, maar waarom valt voetbalplezier m/v me dan nu pas op? Alleen omdat daar mensen met een vergelijkbaar lijf als het mijne lopen?

 

Ik ben niet van het omgekeerde minderwaardigheidscomplex: ‘vrouwen zijn beter’.

Vrouwenvoetbal is nu nog gewoon anders. Het moet nog wat meer in de genen komen door een serieuze competitie (zoals in Engeland, Frankrijk en de VS) en ik verwacht dat ze beter gaan voetballen en de achterstand op mannen zullen inhalen.

Hoe het er in Japan of waar dan ook aan toe gaat, weet ik niet, maar ik hoop dat in ieder geval Oranje zo opgewekt en nuchter zal blijven als nu: ook als ze de finale van het WK niet winnen, hun teamgeest en vechtlust zijn goud waard.

Houwen zo.

 

 

 

Punt

Punt

illustratie pixabay

Het duurt bij de reacties op bepaalde politici nooit lang, of daar komen dan toch de ‘maar-hij-heeft-wel-een-punt-poppetjes’.

Dat was zo bij Pim Fortuyn, daarna bij Geert Wilders en nu dus bij Thierry Baudet.

Nou lijkt het me erg moeilijk om geen punt te hebben.

Met een beetje moeite -of zelfs zonder dat- valt er in deze verre van volmaakte samenleving altijd wel wat te vinden dat gezegd kan of moet worden.

Daar blijft het meestal dan bij, is mijn ervaring. Heel soms komen er nog wat punten bij een punt, onder luid applaus van de volgelingen die dan zeggen dat Hij tenminste zegt wat hij denkt. Of dat hij zegt wat je in Nederland niet mag zeggen. En het woordje taboe komt dan ook al gauw voorbij, die stoplap van de luie denker.

 

Baudet is heel speciaal.

Want hij is intellectueel en schrijft boeken en essays.

‘Joh, daar moet je wat mee doen’, zei iemand en toen ging hij in de politiek.

Het kan ook dat hij zelf zin had in iets opwindends naast al dat gedenk.

Feit is dat we nu zitten met een vragen-geen-vragen-partijleider, met volgelingen die eruit vliegen als ze wel vragen hebben en kiezers die vinden dat hij het allemaal heel goed zegt en dat nog steeds vinden als ze thuis hebben opgezocht wat het eigenlijk betekent wat hij zegt. Voor het geval u mij nou denigrerend over anderen vindt: ik moest boreale wereld óók opzoeken.

 

Ik stel natuurlijk weer veel te hoge eisen, maar wat heb ik aan Baudet en het Forum voor Democratie? En wat heeft Nederland eraan?

Laat ik voor mezelf spreken: ik kan er niks mee.

Maar het negeren van een kokette praatjesmaker -wat ik doorgaans doe- is in dit geval geen optie.

Hij mag flirten met wie hij wil, maar sommige vriendjes vind ik eng, vandaar. En zijn heimwee naar vroeger ook, eigenlijk. Bevlogen spreken over een toekomst die in het verleden ligt, gaat altijd gepaard met het terugdraaien van verworvenheden van anderen: witte man Baudet gaat niet inleveren, denk ik.

Dat is dan mijn punt.

Waterland

Waterland

Misschien is het een teken dat het niet zo goed met me gaat, maar de laatste tijd zie ik mijn land af en toe met de ogen van een buitenstaander.

Dissociatie of zo, klinkt ernstig maar het bevalt uitstekend, kan niet anders zeggen.

Doorgaans zit ik binnen tegen een beeldscherm aangezogen.

Dat biedt een venster op de buitenwereld. Zeggen ze.

Maar volgens mij is het gewoon een echt scherm: ik zie de buitenlucht -met daaronder allemaal leuke dingen- niet.

Als ik zo aan het lezen ben (ook in de papieren krant, trouwens) ziet Nederland er voor mijn geestesoog ongeveer als volgt uit: asfalt en rails waar ernstige mensen overheen racen om te werken. En baksteen, waar ze werken en slapen en internetten.

En heel soms een klein beetje leven en liefhebben.

De rest van de wereld is voor mijn geestesoog heel groot en bepaald niet op orde en bijna iedereen maakt ruzie over geld en macht en land.

De aarde warmt op en daarover maken ze dan ook nog ruzie.

Dat dus.

Maar af en toe ga ik naar de echte buitenwereld.

Zaterdag voer ik op een klipper op het Markermeer.

Want hé, was ik toch helemaal vergeten dat er ook nog water was in Nederland!

Als ik door zo’n historisch stadje aan het water naar de boot loop, zie en proef en ruik ik vakmanschap en inventiviteit.

En ik ervaar een zekere trots, al weet ik niet of het de mijne is of de originele, uitgestraald door de eeuwenoude spullen van de trotse mensen die dit lang geleden gemaakt hebben: bootjes, dijken, ophaalbruggen, knusse huisjes, stoere forten en kastelen.

Ik ben trots op mijn Hollandse waterland.

En dan dat water zelf.

Het hangt er natuurlijk wel van af met wie je vaart (dat was in orde: lieve mensen), maar op het water word ik rustig en krijg ik gewoon een ruimere blik op de wereld. Je kan natuurlijk zuchten dat je nergens meer kunt kijken zonder horizonvervuiling, maar daar ben ik niet van.

Waarom mag je aan de verre rand van de natuur niet zien wat mensen gemaakt hebben?

 

Dit is een saaie column aan het worden. Want het was ook nog heerlijk weer. Het oer-Hollandse niet-te-koud-niet-te-warm-zonnetje-wolkje-windje-weer.

En -het moet niet gekker worden- heel normaal voor de maand van het jaar hier.

 

Er verandert veel, maar er blijft nog lekker best veel hetzelfde.

Er gaat nogal wat mis, maar niet alles.

Er is werk aan de winkel, maar uitrusten kan geen kwaad, kan je weer beter werken.

 

Ik was het met mijn troebele geestesoog bijna vergeten.

 

 

 

 

(foto’s L. Jonker)

 

 

 

Plantenspuit

Plantenspuit

Twee schokken deze week.

Eerlijk, het was voor mij toch wel een verrassing dat Thierry De Stem van Nederland had gewonnen.

Met dank aan de publieksjury. Hoe die precies is samengesteld weet ik niet, maar ze hebben wel erg op uiterlijk vertoon gelet en hem onnoemelijk veel valse noten vergeven.

Wat verder in zijn voordeel werkte was de andere schok, de moordpartij in een Utrechtse tram. Je zou zeggen: daar wil toch niemand zijn voordeel mee doen, maar hé, winnen is niet voor watjes hè?

Dus toen de andere kandidaten volgens afspraak uit respect even niet repeteerden voor de finale, kon Thierry uithalen met zijn tranentrekker ‘Zwaar getij! Kom bij mij!’. En zo geschiedde.

 

Er zijn zoals altijd weer mensen die de reacties van politici, politie en overheid op zo’n gebeurtenis als in Utrecht overdreven vinden. Maar na een brandmelding stuur je toch ook niet eerst iemand op de brommer met een plantenspuit, omdat je geen paniek wil zaaien en het eerst even aan wil zien?

Waarschuwen voor een gewapende dader op de vlucht? Ik benader mijn medemens doorgaans onbevangen, maar er zijn grenzen en dan blijf ik graag even binnen. Bovendien: met moordpartijen als in Parijs en onlangs Christchurch nog vers in het geheugen vind ik het niet hysterisch om bedacht te zijn op meerdere daders en aanslagen.

 

De zichzelf één dag bezinnende Correspondent deed het ook weer niet goed. De redactie viel de hoon van Twitter en enkele van zijn eigen leden ten deel. Die leden zijn trouwens sowieso vreemde kostgangers: op De Correspondent bewust een gezonde maaltijd tegen de waan van de dag kiezen en tegelijk een vette bek op Twitter halen, het Walhalla van de waan.

Maar goed, de reacties op de winst van Thierry? Ik persoonlijk zie het even aan. Met de plantenspuit dus.

Vijftig jaar geleden hoorde ik een tip van vrouwelijke toeristen in Italië. Zij hadden dat attribuut bij zich om opdringerige Thierry-achtigen te laten afdruipen met een verdachte plek op de machobroek.

Daar maar eens mee beginnen.

 

(illustraties pixabay)

Klimaatmars 10 maart

Klimaatmars 10 maart

illustratie pixabay

 

Afgelopen zondag was onze trouwdag.

Ik besloot -zoals aangekondigd– de Klimaatmars te lopen en Levensgezel L. besloot iets leuks te gaan doen met onze kleinzoon van twaalf.

 

De reden voor mij was om nou eens uit mijn linkse lethargische loomheid te herrijzen.

Valt niet mee nu ik ouder word en er was bovendien zeldzaam rotweer voorspeld.

Maar de meest op de bank terugdrukkende tegenwind was toch wel de zin over de zin: heeft demonstreren zin?

 

De anti-ideologische no-nonsensepolitiek vanaf de jaren tachtig heeft ervoor gezorgd dat voorloper Nederland op milieugebied gelijke pas ging houden met het buitenland. Of te wel dat Nederland de pas zó inhield dat we nu zelfs achterlopen, om het maar eens even no-nonsense te formuleren.

 

Terwijl het consumentisme zich wél doorontwikkelde.

Bij de bestudering van onderzoekspublicaties van 29.000 wetenschappers bleek in 97.1 procent daarvan aangetoond dat de consumerende mens een grote rol speelt in de opwarming van de aarde.

 

Die aarde draait wel door.

Maar nu er een verband wordt gelegd tussen consumptie (leuk voor de mensen) en klimaatverandering (niet zo leuk voor de mensen) hebben we de poppetjes aan het dansen in een toch ook wel weer vermakelijk stukje theater.

 

Komen eerst op: de ha-ha-niks-aan-de-hand-milieu-is-een-linkse-hobby-poppetjes.

Zo eentje is nu ergens president en ik ben blij dat ik daar niet woon.

 

Entree de mij-wordt-nooit-iets-gevraagd-en-ik-ben-ook-een-wetenschapper-poppetjes die zich kennelijk gepasseerd voelen bij bovengenoemd onderzoek.

Zo eentje zit nu in de Tweede Kamer het door hem zo geminachte partijkartel te doorbreken.

Met een nieuwe partij. Geheel cultureel verantwoord bespeelt hij op zijn werkkamer aldaar de vleugel en roept hij af en toe iets in het Latijn.

En dat het niet waar is, van die 97.1 procent.

 

Dan komen op: de paniek-poppetjes met de wervende leuze ‘het-is-eigenlijk-al-te-laat!’

Zo eentje schrijft boeken met titels als ‘Dit kan niet waar zijn’. Een prima boek over de wantoestanden in de financiële wereld overigens, maar de titel geeft al aan dat de schrijver een paniekvogel is, ook als hij  schrijft over het klimaat.

 

Tussen iedereen door op het podium lopen de vingerwijzer-poppetjes.

Die komen op van twee tegenovergestelde kanten.

Enerzijds de ha-ha-niks-aan-de-hand-poppetjes omdat het zo leuk is te zeiken over inconsequent gedrag (hypocrisie genoemd) bij wereldverbeteraars, anderzijds de strenge exemplaren van diezelfde wereldverbeteraars.  Als ouderlingen van een kerk lopen ze iedereen hardop hun zonden in te peperen.

 

Nou en dan loop ik daar ook nog een beetje het straatpodium op te gaan met een paar anderen: de-alles-goed-en-wel-maar-nu-ga-ik-iets-doen-poppetjes.

 

En wie kom je dan tegen in Amsterdam?

Je kleinzoon van twaalf die zijn moeder en opa had meegenomen.

 

Gewoon-een-hartstikke-lief-poppetje.

Liefde in tijden van opwarming

Liefde in tijden van opwarming

Liefde in tijden van opwarming (2019)             (ill. pixabay)

‘Wat zijn je beweegredenen?’ is een van de leukste vragen om te stellen en te beantwoorden. Mijn ervaring is dat het onder woorden brengen van gevoelens daarbij geen uitzondering is.

 

Als amateur-emotieonderzoeker (inclusief die van mijzelf) ben ik altijd weer getroffen door het verschijnsel dat sommige mensen in een publiek debat hun onderliggende emoties niet lijken te herkennen.

Wat ze zelf inbrengen noemen ze de ratio, de nuchtere redelijkheid. De beweegredenen van een ander zijn gebaseerd op gevoel. En dus fout.

Ik geloof daar niks van, van die ratio. Ze trekken gewoon over hun emoties heen een dikke trui met opdruk (ratio) aan. En het is eigenlijk gewoon een doorkijkblouse: je ziet alles maar dat mag je niet zeggen.

 

Neem nou bijvoorbeeld een debatje dat ik had over het klimaat en de ecologische voetafdruk van nieuwe generaties.

Ik zou zeggen: blijven werken aan vermindering van die voetafdruk.

Maar er blijken radicalere oplossingen te zijn: helemaal geen kinderen meer.

Of hooguit eentje.

 

Ene Sarah Conly wordt aangehaald met haar boek ‘One Child, Do We Have A Right To More?’

Gek, maar bij zinnen met ‘we’ ben ik altijd gelijk wakker, zeker als er een vraagteken achter staat.

 

Want Sarah gaat natuurlijk zelf het antwoord geven dat we (lees: ik en anderen) moeten hebben: nee.

Ze vindt voortplanting niet langer een privézaak en ze snapt dat er dan natuurlijk stront aan de knikker gaat komen.

Iets suffigs met autonomie en mensenrechten of zo.

Geen nood: ze stelt voor dat in sommige gevallen geboortecontrole van regeringswege tóch aanvaardbaar is.

Nou, daar wou ik – met China in het achterhoofd- het op dat forum natuurlijk wel even over hebben met haar fans, temeer daar het geboortecijfer -zonder rigoureuze ingrepen van overheidswege- al jaren langzaam terugloopt.

 

Geen schijn van kans.

Die hebben het te druk met het diskwalificeren van de medemens die zich wél voortplant: ‘fokken als konijnen op basis van oer-gevoel en klapperende eierstokken, uit puur egoïsme’, kort samengevat.

 

Ga maar even zitten, ja.

 

Waarom heb ik eigenlijk kinderen?

 

Omdat ik ze wilde. En omdat het gelukkig ook lukte ze te concipiëren, te dragen en te baren. Moet ook allemaal maar goed gaan.

 

Waarom wilde ik het?

 

Uit levenslust en liefde. En ik dacht dat het me wel zou lukken allemaal, met grootbrengen en zo.

 

Tellen die gevoelens? Voor mij wel.

 

Die zijn trouwens ook de reden dat ik op de Dam ben, 10 maart, bij de Klimaatmars.

 

Uit gevoelens van liefde voor het leven, de aarde en de volgende generaties.

 

Redelijk, toch?

Borreltaal

Borreltaal

Borreltaal (2019) (ill. pixabay)

Aan het einde van de Komkommertijd van 2016 nam onze minister-president Rutte als VPRO-Zomergast de straattaal over van een stelletje opgefokte Erdogan-aanhangers.

‘Pleur zelf op’, zei hij.

Want zij hadden ‘pleur op’ in de camera geroepen en daarna werd verdere uitzending door hun toedoen onmogelijk gemaakt.

In mijn kringen was ik de enige, maar hij haalde mij destijds met die straattaal de woorden uit de mond en zei er bovendien iets heel verstandigs achteraan over hun vrijheid van meningsuiting en onze vrijheid van pers en zo.

Onlangs bezigde hij op zijn wekelijkse mediamomentje wéér straattaal: hij ‘zou mensen die rond de jaarwisseling hulpverleners bedreigen het liefst persoonlijk in elkaar slaan.’

Maar hij zei er dit keer niets verstandigs achteraan. Want ‘maar dat kan niet’ valt voor mij niet onder goed doordachte argumenten. Evenmin de opmerking ‘dat we er als samenleving blijkbaar niet in slagen om kinderen en vrienden te zeggen dat dit niet kan’.

Als er nou i e t s is dat onmacht laat zien en je eigen verantwoordelijkheid wegduwt, dan is het wel het gebruik van ‘we’. ‘Samenleving’ dan, ook zo’n wegpoetslap voor eigen falen. Als iets de schuld is van de samenleving, is het niemands schuld. Want dan wordt niemand verantwoordelijk gesteld.

 

En die ligt er wel, Rutte: maak jij nou het werk van de politie eens makkelijker door een vuurwerkverbod te durven afdwingen.

Maar ‘verbieden die hap’ is taal die onze MP niet snel zal bezigen, kost teveel kiezers.

 

Wat Rutte bovendien deed was mee willen vechten, óók geweld willen gebruiken. En dan gauw zeggen dat ‘dat niet kan’. Nou, Mark, het k a n wel, maar het m a g niet.

Dat zeg ik als samenleving dan maar even tegen je, want ik ben je moeder niet en evenmin je vriend.

 

Een paar dagen later verraste de ooit zo vrolijke en nu zo chagrijnige MP weer, in Buitenhof deze keer.

Geen straattaal nu, maar kiezerswervende borreltaal over ‘de witte wijn sippende Amsterdamse elite, die alsmaar kritiek heeft op de Amerikaanse president Donald Trump.’

Ten eerste n i p je witte wijn. En je kan er eventueel bij gaan sippen.

Dacht ik. Maar een oplettende lezer attendeerde mij op het feit dat sippen een synoniem is van nippen. Bargoens zelfs, plat Amsterdams zelfs, volgens Jean Pierre Geelen in de Volkskrant van 16 januari 2019.

Maar dat verband met critici van Donald Trump?

 

En natuurlijk wéér zo’n onmacht-woord gekozen: ‘alsmaar’.

‘Van wie heeft de single Rutte dat machteloze relatie-ruzie-stopwoordje in godsnaam overgenomen?’, schreef ik in eerste instantie. En ja, dat is op de man spelen, zoals dezelfde oplettende lezer mij schreef. Dat is niet aardig. ‘Alsmaar’ en ‘altijd’ en ‘nooit eens’ worden  gebruikt bij onmacht en  niet alleen in partnerrelaties. Waarvan hier een voorbeeld.

Niettemin wordt het tijd dat Rutte stopt met sippen over zijn arme vrindje Donald en na het wegklokken van een goed glas witte wijn op pleurt.

Nog één keer een reden voor een weergaloos, laatste vuurwerk.