Liefde in tijden van opwarming

Liefde in tijden van opwarming

Liefde in tijden van opwarming (2019)             (ill. pixabay)

‘Wat zijn je beweegredenen?’ is een van de leukste vragen om te stellen en te beantwoorden. Mijn ervaring is dat het onder woorden brengen van gevoelens daarbij geen uitzondering is.

 

Als amateur-emotieonderzoeker (inclusief die van mijzelf) ben ik altijd weer getroffen door het verschijnsel dat sommige mensen in een publiek debat hun onderliggende emoties niet lijken te herkennen.

Wat ze zelf inbrengen noemen ze de ratio, de nuchtere redelijkheid. De beweegredenen van een ander zijn gebaseerd op gevoel. En dus fout.

Ik geloof daar niks van, van die ratio. Ze trekken gewoon over hun emoties heen een dikke trui met opdruk (ratio) aan. En het is eigenlijk gewoon een doorkijkblouse: je ziet alles maar dat mag je niet zeggen.

 

Neem nou bijvoorbeeld een debatje dat ik had over het klimaat en de ecologische voetafdruk van nieuwe generaties.

Ik zou zeggen: blijven werken aan vermindering van die voetafdruk.

Maar er blijken radicalere oplossingen te zijn: helemaal geen kinderen meer.

Of hooguit eentje.

 

Ene Sarah Conly wordt aangehaald met haar boek ‘One Child, Do We Have A Right To More?’

Gek, maar bij zinnen met ‘we’ ben ik altijd gelijk wakker, zeker als er een vraagteken achter staat.

 

Want Sarah gaat natuurlijk zelf het antwoord geven dat we (lees: ik en anderen) moeten hebben: nee.

Ze vindt voortplanting niet langer een privézaak en ze snapt dat er dan natuurlijk stront aan de knikker gaat komen.

Iets suffigs met autonomie en mensenrechten of zo.

Geen nood: ze stelt voor dat in sommige gevallen geboortecontrole van regeringswege tóch aanvaardbaar is.

Nou, daar wou ik – met China in het achterhoofd- het op dat forum natuurlijk wel even over hebben met haar fans, temeer daar het geboortecijfer -zonder rigoureuze ingrepen van overheidswege- al jaren langzaam terugloopt.

 

Geen schijn van kans.

Die hebben het te druk met het diskwalificeren van de medemens die zich wél voortplant: ‘fokken als konijnen op basis van oer-gevoel en klapperende eierstokken, uit puur egoïsme’, kort samengevat.

 

Ga maar even zitten, ja.

 

Waarom heb ik eigenlijk kinderen?

 

Omdat ik ze wilde. En omdat het gelukkig ook lukte ze te concipiëren, te dragen en te baren. Moet ook allemaal maar goed gaan.

 

Waarom wilde ik het?

 

Uit levenslust en liefde. En ik dacht dat het me wel zou lukken allemaal, met grootbrengen en zo.

 

Tellen die gevoelens? Voor mij wel.

 

Die zijn trouwens ook de reden dat ik op de Dam ben, 10 maart, bij de Klimaatmars.

 

Uit gevoelens van liefde voor het leven, de aarde en de volgende generaties.

 

Redelijk, toch?

Realisme

Realisme

Realisme (column uit 2015)

Ik verklap het maar meteen:

als opiniemakers zoals René Cuperus in de V o l k s k r a n t van 7 september 2015 hun bijdrage leveren aan het debat over deze onvolmaakte wereld en daarmee laten blijken hoe wanhopig somber ze het inzien, haak ik af. Al zeggen sommigen: hij schetst de harde realiteit.

 

Vervolgens ga ik op zoek naar mensen die mij inspireren, moed geven. Het zijn de mensen die er goed tegen kunnen dat ze met het etiketje naïef/idealistisch/niet-realistisch op hun jas lopen. Voor zover ze dat al weten, want het kan ook achter hun rug op de achterkant geplakt zijn: LOL! (Voor de niet-ingewijden: dit is internet slang. Het betekent laughing out loud. Keihard uitlachen dus.)

 

Toen enkele maanden geleden, ik meen óók in de Volkskrant, een foto verscheen van een ontbijttafel met daaraan gezeten een Fries echtpaar met hun uit naastenliefde in huis genomen vluchteling, was er op Twitter grote hilariteit over de hagelslag, de jam, de beschuitjes en natuurlijk het uiterlijk van deze christenen: LOL! Soms snap ik daarom dat ‘de provincie’ een pesthekel krijgt aan ‘de randstad’ met zijn slechte manieren: religie is achterlijk, liefdadigheid belachelijk en dat moet je allemaal hardop zeggen.

Maar nu ben ik zelf aan het generaliseren, pardon. Generaliseren is een besmettelijke ziekte: als veel mensen het doen is de verleiding groot om het óók te gaan doen. En dan zou ik nu zeggen ‘kijk, dát is nou Nederland: vluchtelingen vragen om hulp en dan gaan we mensen uitlachen die iets goeds proberen te doen.’ Maar -realist die ik ben- ik weet dat niet iedereen zo is.

Nu de ellende als gevolg van oorlogen en armoede in de wereld deze kant op komt, raken veel mensen van streek, ik ook. En ik ben me ervan bewust dat ik op dit moment hevig worstel met de grenzen van nuchterheid en emotie.

 

Maar om nou in een verlammende somberheid weg te kwijnen en zo apathisch te worden dat ik niks meer kan doen, nee. Ik luister wel naar de pessimistische realisten hoor, uit beleefdheid.  Maar ik trek me op aan andere realisten, die de kracht van het woord gebruiken om te inspireren en te motiveren. Zoals bijvoorbeeld opiniemaker Bert Wagendorp, die van mening is dat de pessimisten ‘de drive van vluchtelingen om er iets van te maken onderschatten’.

 

Sombermensen, het spijt me, ik heb niks aan jullie. Dat is voor mij de harde realiteit.